Welke laadmethode moet ik kiezen?

Overweegt u de aankoop van een elektrische of een plug-in hybride wagen? Dan is de tijd rijp om u grondig te informeren, want u zal een laadinstallatie nodig hebben om de wagen bij te laden. Vandaar deze praktische gids om u een juiste keuze te laten maken in deze nieuwe en complexe technologie.

Wanneer u een EV of een PHEV koopt, is het zinvol om de laadstations onderweg te mijden bij gebrek aan snelle CHAdeMO-laders op uw traject. De meeste gebruikers zullen hun wagen thuis laden met het Mode 3 laadsysteem, maar je kan ook een wallbox installeren in je eigen garage. Vraag is of je dan moet kiezen voor een 3,7 kW systeem of eentje met een vermogen van 22 kW. Je moet dan wellicht ook een  voorkeurschakelaar installeren om te voorkomen dat thuis het licht uitgaat.

En welke stekker moet je gebruiken, een Type 2? Precies, om wegwijs te geraken in dit jargon en om de juiste keuze te maken voor een laadinstallatie thuis, zetten we hier even wat op een rij. Wees in elk geval gerust, de verschillende elementen kunnen aanvankelijk wat vreemd overkomen, maar uiteindelijk is het allemaal niet zo complex in gebruik. Volgt u even mee…

 

Occasioneel laden

U had het wellicht al begrepen: een elektrische auto sluit je niet aan zoals je dat met een haardroger doet of een broodrooster! Toegegeven, de meeste elektrische auto’s (EV) en plug-in hybrids (PHEV) kan je laden met een “kabel voor occasioneel gebruik” die je in elk gewoon stopcontact kan stoppen. Maar, deze oplossing moet – zoals de naam al laat vermoeden – enkel worden gebruikt als noodoplossing, bijvoorbeeld wanneer men op visite gaat bij vrienden. Wanneer men beslist om een elektrische wagen te kopen, kan je beter voor een wallbox kiezen die rechtstreeks met een daarvoor bedoelde stroomkring wordt aangesloten. Dit is niet enkel veiliger, het laden gaat ook sneller.

Stopcontact

In de praktijk bestaan er vier verschillende laadmodi om een elektrische of een plug-in hybride auto bij te laden. Mode 1 betekent dat men de wagen oplaadt via een conventioneel stopcontact. Deze oplossing is enkel mogelijk voor vierwielers zoals bijvoorbeeld een Renault Twizzy of andere voertuigen die niet gehomologeerd werden voor straatgebruik (bijvoorbeeld golfkarretjes). Echte EV’s en PHEV’s die we vandaag op de markt vinden, moet men op zijn minst via Mode 2 laden. Ook hier sluit men de wagen aan op een regulier stopcontact maar één en ander gebeurt via een daarvoor voorziene laadkabel met een geïntegreerde controlemodule en die wordt normaal gezien bij de wagen geleverd. Dit systeem controleert de minimale veiligheidsvereisten tijdens de laadbeurt en dan hebben we het over een degelijke aarding en ook bij een abnormale opwarming grijpt het systeem in. Om veiligheidsredenen zijn de stroomsterkte tijdens het laden bij deze Mode 2 worden beperkt tot ongeveer 10 A. Op die manier wil men voorkomen dat geleiders opwarmen en wil men de huisinstallatie ontzien. Met dit systeem moet je rekenen op een laadtijd van 12 uur om 150 km autonomie bij te laden. Wie een moderne elektrische thuisinstallatie heeft, kan overwegen om zich met dit systeem te behelpen. Voor een plug-in hybrid lukt dit nog net, want met een EV is de batterij groter. Daarom is een Mode 3 systeem de betere oplossing en wordt het door professionals (en door ons) sterk geadviseerd.


Specifieke stroomkring

Via Mode 3 gaat men laden via een specifiek laadcontact waarvoor ook een afzonderlijke stroomkring werd voorzien die rechtstreeks op het schakelbord is aangesloten. Voor deze kring wordt eveneens een aparte zekering voorzien. Die stroomkring wordt aangesloten op een wallbox. Door de aangepaste stekker is de kans veel kleiner dat het systeem gaat oververhitten. Er bestaan diverse stekkers maar de ‘Type 2’-stekker is zowat de norm geworden binnen Europa. Een wallbox kan niet alleen rekenen op een rechtstreekse lijn, er is ook een tweerichtingscommunicatie met de auto tijdens het laadproces. Sommige laders kan men ook uitrusten met een teller die het stroomverbruik meer. Zo kan men het gemiddeld verbruik van de wagen berekenen, of men kan het stroomverbruik ook in kaart brengen als mogelijke aftrekpost. De meest gesofisticeerde laadboxen hebben eveneens een GPRS-module zodat ze deze informatie rechtstreeks kunnen doorsturen met behulp van een SIM-kaart. Dat is handig voor bijvoorbeeld een leasingwagen of wanneer de werkgever de stroomkosten van de wagen vergoedt.

Mode 4, niet voor thuisgebruik

Zonder de installatiekost betaal je voor een dergelijke laadpaal tussen de 800 end e 1.000 euro. In dit geval zal men minstens kunnen laden met een stroomsterkte van 16 A. Om 150 km bij te laden volstaat 8 uur in dit geval. Afhankelijk van de capaciteit van de thuisinstallatie en het type elektrische aansluiting aan het stroomnet, kan men een laadbox bestellen die een grotere stroomsterkte toelaat. Met het Mode 4 systeem gebruikt men een eigen lader en niet het systeem dat geïntegreerd zit in de auto. Hier gebruikt men ook een heel speciale laadkabel waarmee snelladen (tot bijvoorbeeld 200 A) mogelijk is. Dit werkt via een specifiek laadprotocol (zoals de ChaDeMo-technologie die inmiddels is ingeburgerd). Dit type laadpalen zijn niet mogelijk voor particulier gebruik want ze vereisen een specifieke stroomaansluiting (bijvoorbeeld 500 Volt) die niet mogelijk is voor thuistoepassingen. Dit type laders kost makkelijk 10.000 tot 15.000 euro per stuk.

Verplichte keuring

Om volop te kunnen genieten van elektrisch rijden, kan je dus beter kiezen voor een degelijk thuislaadstation in plaats van te laden via het klassieke stopcontact. Vraag is, hoe moet die installatie correct gebeuren. De eenvoudigste optie is een wallbox die je samen met de elektrische auto koopt. Men kan zich ook tot een elektrische installateur wenden of aan de energieverdeler. In elk geval is er een aanpassing nodig van de elektrische installatie thuis. De energiebeheerder eist daarom een nieuwe officiële keuring van de installatie na de aanpassingen.

Verschillende stroomsterktes

We gaven al aan dat er laadsystemen bestaan met verschillende stroomsterktes. In thuistoepassingen zien we laadsystemen met een vermogen tussen de 3,6 en de 22 kW. Afgezien van de prijs van het systeem, kan je dus best kiezen voor het snelste laadsysteem en dat is meteen ook het meest krachtige systeem. Ook hier is een kleine nuance op zijn plaats want erg weinig EV en nog minder PHEV’s verdragen laadsystemen tot 22 kW. In de praktijk zal je vooral aan 3,6 of aan 7,4 kW laden. Anderzijds is het zinvol om vooraf de elektriciteitsaansluiting na te kijken. Ongeveer de helft van de huishoudens hebben een éénfasige 220 V aansluiting en met een dergelijk vermogen hoef je niet eens verder te kijken, want dan kan je niet krachtiger gaan dan 3,7 kW. De andere helft van de gezinnen heeft een driefasige aansluiting, maar ook hier is er een typisch Belgisch 3×220 V systeem zonder nulgeleider en ook daar ben e beperkt tot 3,7 kW. Enkel klanten die over een driefasige aansluiting 3×400 Volt met nulgeleider kunnen mogelijk ooit tot 22 kW laden.



Vermogensrapport

Wie toch een laadstation van 22 kW overweegt, kan maar beter een vermogensrapport opstellen met zijn elektrisch installateur. Wie bijvoorbeeld elektrisch verwarmt en simultaan ook een auto aan 22 kW wil laden terwijl het fornuis opstaat, riskeert zondermeer een ‘black-out’. Maar ook daarvoor bestaan oplossingen. Men kan bijvoorbeeld een timer installeren zodat men de auto slechts  op bepaalde momenten kan bijladen, bijvoorbeeld ’s nachts als er geen andere toestellen worden gebruikt. Maar men kan ook een voorkeurschakeling gebruiken waarbij het beschikbare vermogen wordt gemonitord en waarbij bepaalde kringen vanaf het schakelbord tijdelijk worden uitgeschakeld wanneer overbelasting dreigt. Om die redenen zullen thuisladers met een vermogen van 22 kW eerder zeldzaam blijven.